Wij genieten enorm van de zon de laatste dagen. Eindelijk is het warm weer…. na zo’n lange tijd kou. Wij zijn veel en lang binnen geweest. Maar nu is de energie heel anders. Er is beweging. Alles gaat weer bloeien en leven buiten, en ik voel me energiek. Nu in de meivakantie zijn we weer veel buiten in de tuin. Er zijn nieuwe ideeën en plannen. Veranderingen brengt nieuwe energie in het leven. Van het ene komt het andere, en zo heb ik de laatste tijd weinig aan mijn blog gewerkt, maar toch ben ik veel bezig in de keuken. Ik werk aan een nieuw e-boek! Het wordt mijn tweede e-boek met bakrecepten en natuurlijk met mooie foto's. Ik ben nu druk bezig om het e-boek af te maken, dus wordt het even stil op mijn blog totdat ik klaar ben met mijn werk. Ik wens jullie een fijne lente toe en geniet van de natuur!

Veel liefs, Monique

Champignontaartjes




























Ik heb in het verleden uitsluitend tofu gebruikt om hartige taartjes te maken, maar ik wilde een keer iets anders. Ik besloot om een romige vulling te maken van zonnebloempitten. Gezond en neutraal van smaak, met deze ´room´ kun je alle kanten op. Voor de champignontaartjes heb ik de ‘room’ op smaak gebracht met miso. Door champignons met shoyu en mirin te bakken ontstaat er een geraffineerd taartje.

Voor de deegbodem:
55 g sesamzaadjes
130 g speltbloem
½ tl bakpoeder
½ tl zout

50 ml olijfolie
50 ml vega-melk
1 tl appelazijn

Voor de vulling:
2 el kokosolie
2 tenen knoflook
1 bakje champignons
2 el shoyusaus
2 el mirin

Voor de ‘room’:
120 g zonnebloempitten
100 ml water
2 tl gerstmiso
1 el olijfolie


1. Verwarm de oven voor op 180°C. Vet 6 vormpjes van 10 cm doorsnee in met olie. Gebruik liever vormpjes met een losse bodem. Dan zijn de taartjes makkelijker eruit te halen.
2. Bereid de deegbodem. Meng de sesamzaadjes, bloem, bakpoeder en zout in een grote kom.
3. Meng de olie, melk en azijn samen. Giet het melk mengsel in de grote kom. Meng alle ingrediënten samen met een pannenlikker. Vorm een deegbal met je handen.
4. Verdeel het deeg in 6 balletjes. Leg de balletjes deeg in het midden van de vormpjes. Druk het deeg uit tot een gelijkmatige cirkel op de bodem van de vormpjes en verder tegen de randen van de vorm omhoog. Zet opzij en ga verder met de vulling.
5. Snijd de champignons in kleine stukjes. Verhit de kokosolie en bak de champignons en knoflook, samen met de shoyu en mirin, voor ongeveer 5 minuten in de pan.
6. Bereid nu de room. Maal de zonnebloempitten in de keukenmachine tot een fijn mengsel. Voeg toe water, olijfolie en miso in de keukenmachine. Schraap de zijkanten van de kom en meng verder tot een room. Giet de room in een grote kom.
7. Giet de champignongvulling in de kom met de room. Meng goed samen.
8. Verdeel de vulling in de 6 vormpjes. Strijk de vulling glad met een spatel of lepel.
9. Bak de mini-quiches 25 minuten in de oven. Laat de quiches even afkoelen en druk de quiches uit de vormpjes met losse bodem eruit. De quiches zijn warm maar ook koud lekker.

Witlofsalade met een yoghurt-tahindressing




























Dochterlief vertelde dat ze bij haar vriendin iets lekkers had gegeten, een witlof-appelsalade met een yoghurtdressing. Ik ging meteen aan de slag met een vega-versie van deze salade. De salade was heerlijk! Ik vind rauwe witlof minder bitter dan gekookte witlof en lekker fris. Verwijder de uiteinden van de witlof en snijd de witlof in smalle reepjes. Verder heb ik stukjes appel, rozijnen en zonnebloempitten bij de salade gedaan.

Een yoghurt-tahindressing erbij.

Die heb ik zo gemaakt:

200 ml soya yoghurt
2 el tahin
2 tl appelazijn
2 el olijfolie
kruidenzout naar smaak

Smakelijk!

Rozijnen-krentenbolletjes



























Op zo'n koude winterse dag is het heerlijk om de oven aan te doen. Deze bolletjes zijn het lekkerst als ze nog warm uit de oven komen. De bolletjes zitten vol rozijnen en krenten, Je kunt ze zo oppeuzelen, zonder beleg. Wil je alleen rozijnen gebruiken, dan is 100 g genoeg.

500 ml warm water
1 1/2 el gist
4 tl sucanat
2 el kokosolie, gesmolten
2 tl koekkruiden
rasp van 1 citroen
60 g rozijnen
60 g krenten
ongeveer 4 cups gebuild meel
2 tl zout

Leg de rozijnen en krenten in een kommetje water en laat dit even staan.

Strooi de gist in een grote kom over het warme water en laat dit even staan. Voeg hieraan toe olie, sucanat, citroen, koekkruiden, meel en zout. Doe niet te veel meel in de kom, anders wordt het deeg te zwaar, net genoeg meel zodat het deeg van de zijkanten van de kom loslaat.

Doe het deeg op een met meel bestrooide werkoppervlakte. Voeg tijdens het kneden naar behoefte wat extra meel op het werkoppervlak als het deeg plakkerig is. Haal de rozijnen en krenten uit het water en meng ze door het deeg. Kneed het deeg ongeveer 8 tot 10 minuten totdat het elastisch is.

Doe het deeg in een ingevette kom en draai de deegbal zodat het helemaal bedekt is met olie. Gebruik olijfolie. Laat de kom, afgedekt met een doek, 40 tot 60 minuten staan totdat het deeg volledig gerezen is. Druk de lucht uit het deeg. Rol stukjes deeg met je handen in een vorm van kleine stevige bolletjes en leg ze met de vouw onderaan op een bakplaat. Ik bedek de bakplaat met bakpapier of een bakmatje.

Laat de bolletjes in een warme, tochtvrije omgeving rijzen. Doe ook een doek over de bolletjes. Ze zijn gerezen als ze mooi bolvormig zijn.

Verwarm de oven voor op 200 C.

Bak de bolletjes totdat ze een kleurtje krijgen (zoals in de foto) en stevig aanvoelen. In mijn oven duurt dit zo'n 20 minuten. Elke oven is anders en belangrijk is om erbij te blijven. Als je de bolletjes al een keer hebt gebakken dan weet je voor de volgende keer precies hoe lang je ze moet bakken. Ik zeg dit omdat de bolletjes al snel te hard worden als je ze te lang in de oven laat bakken.

In de foto zie je dat ik de bolletjes in een klavervorm heb geknipt. Dat is leuk voor de kinderen, maar hoeft niet persé. Met dit recept kun je ook prachtige ronde bolletjes maken. Ik vind ze vooral mooi als ze met meel zijn bestoven. Ik gebruik hiervoor een zeefje. Het knippen doe je als de bolletjes gerezen zijn. Haal de doek van de bakplaat af en als de bolletjes mooi rond zijn knip je aan vier kanten in het deeg, met een schaar.

Snert




























Daar komt het witte bestelbusje onze straat inrijden. Ha, het groentenpakket!Deze week bevatte de kist echte winterkost: knolserij, prei, winterwortelen en aardappelen.De perfecte groenten om snert van te maken. De inhoud van het groentenpakket varieert per week. Ik zal jullie een voorbeeld geven van wat er in die groentepakketten kan zitten.

veldsla
winterpostelein
bloemkool
aardappelen
boerenkool
groenlof
bieten
prei
venkel
snijbiet
bleekselderij
uien
rode uien
winterwortels
witlof
knolselderij
zuurkool
rode kool
schorseneren
broccoli
pompoen
spruiten
champignons
appels
peren
stoofperen

We zijn alle vier fan van snert. De pan gaat in één maaltijd zonder probleem op. En als er nog een restje overblijft, zal waarschijnlijk mijn tienerdochter het de volgende dag snel wegwerken. Wij geven onze snert extra smaak met gerookte tofu, die we eerst bakken. Echt een aanrader!

Ingredienten:

1 pak van 500 gram spliterwten
1 grote of 2 kleine uien
1 grote winterwortel
1 prei
1 halve knolselderij
1 teentje knoflook
1 grote aardappel
bouillon of zout
2 laurierblaadjes
peper
paprikapoeder

Vul een grote pan voor de helft met water. Breng het aan de kook en voeg de spliterwten toe. Laat de erwten ongeveer anderhalf uur op een zacht pitje (wel kokend) gaar worden. Zorg ervoor dat de erwten niet droogkoken.
Snijd alle groenten in blokken en doe ze in een braadpan met kokosolie. Begin met de uien zodat die even de tijd krijgen om te fruiten. Roer de groenten een paar keer om. Na ongeveer een kwartier doe je water bij de groenten, net genoeg om ze aan de kook te brengen. Doe de laurierblaadjes erbij. Laat de groenten ruim een uur koken op een zacht pitje. Verwijder dan de laurierblaadjes.

Snijd een blok gerookte tofu in kleine blokjes. Bak dat ongeveer 20 minuten op een laag pitje in een steelpannetje met kokosolie en shoyu saus. Roer regelmatig om.

Pureer eerst de spliterwten. Als het goed is wordt het een dikke brei. Giet vervolgens het groentenvocht in een aparte schaal. Doe de groenten bij de erwten en pureer opnieuw. Voeg groentenvocht bij om de soep op een juiste dikte te krijgen. Te waterige erwtensoep is niet lekker, snert hoort lekker stevig te zijn.
Breng dan de soep op smaak met bouillon of zout, paprika poeder en peper. Meng als laatste de tofu blokjes door de soep en klaar is je snert.

Risotto met zongedroogde tomaten en wortel

Risotto is eenvoudig te bereiden, voedzaam, en met weinig ingrediënten kun je toch en smakelijk gerecht maken. En natuurlijk, het lekkerst is om er groenten van het seizoen aan toe te voegen!Voor risotto gebruik je arboriorijst, die zacht en romig (als je rijst romig kan noemen) wordt tijdens het koken. Alles wat je aan de risotto toevoegt, alle ingredienten, komt sterk naar voren. Dus is het belangrijk om niet te uitbundig te zijn met wat je in de pan gooit! Keep the balance right. Ook belangrijk is om goed aan te voelen wanneer de risotto klaar is. Ga je te lang door dan is het resultaat een rijstepap! Maak je géén zorgen, na een keer oefenen heb je het onder de knie. Zodra de rijst zacht is stop je.
Risotto kun je het beste meteen opdienen. Maar als het moet kun je het ook wel opwarmen. Kook de risotto in dit geval niet helemaal gaar, maar a la dente. Later, als je de risotto wilt opwarmen, wordt die dan niet papperig. Voeg bij het opwarmen nog wat heet water toe aan de rijst, giet het al roerend in de pan,tot de rijst heet is. Doe het vuur daarna direct uit. Misschien is het ook belangrijk welk pan je gebruikt. Ik heb een oude gietijzeren Le Crueset pan. Echt een aanrader! Kijk zelf wat bij jou het beste werkt. Gebruik trouwens nooit een deksel tijdens het koken van risotto.

Wij kregen twee weken géén groentepakket van de boer, dus heb ik een potje zongedroogde tomaten gekocht en combineerde de tomaten met wortel voor de risotto. Heel lekker!

Ik heb hier een risottogerecht gemaakt voor 4 personen. Je hebt dan ongeveer 1 ½ liter bouillon nodig. Ik zeg ongeveer omdat je zelf moet inschatten wanneer de risotto klaar is. Zoals ik eerder heb gezegd, de rijst moet zacht maar niet papperig worden. Verder heb ik 350 gram arboriorijst gebruikt. De rijst mag je niet afspoelen voor gebruik. Hij wordt dus meteen uit het pak, na het wegen, in de pan gedaan.

Bereid eerst alle ingredienten. Snijd de groenten en leg alles klaar. Begin pas daarna met het voorbereiden van de bouillon.

1 ui, gesneden
200 g wortel, fijn gesneden in stukjes
1 grote knoflookteen, fijn gesneden
3 el tomatenpuree
1 potje zongedroogde tomaten, gesneden

Bereid nu de bouillon. Op 1 ½ liter water heb je zo’n 2 tot 3 eetlepels bouillonpoeder nodig. Kijk zelf hoe zout je de bouillon wilt hebben, maar maak het iets zouter dan je gewend bent.

Zet de bouillon op een zacht vuur. Terwijl de bouillon opwarmt ga je verder met de groenten. Bak de ui, wortel, en knoflook in (kokos- of olijf)olie in een grote pan. Als de groenten gaar zijn doe je de rijst en de tomaten erbij. Meng de rijst even in de hete pan en voeg er daarna de tomatenpuree aan toe. Blijf even roeren om de tomatenpuree met de rijst te mengen. Giet nu een beetje hete bouillon in de pan en meng. De rijst zuigt het vocht snel op. Giet er dan meteen weer wat bouillon bij. Blijf roeren totdat alle vocht weer opgezogen is. Giet dan weer vocht bij en ga zo door totdat de rijst gaar is. Blijf roeren zodat de rijst niet aan de pan gaat plakken.
Risotto wordt oorspronkelijk met kaas gegeten. Ik vind risotto ook smakelijk zonder kaas. Als je wilt kun kun je een vega-kaas gebruiken. Je kunt een voedzame vega-parmesan maken door bijvoorbeeld noten en/of zaden, een beetje zout en edelgistvlokken te mengen in de keukenmachine:

60 g witte amandelen
40 g pompoenpitten
3 el edelgistvlokken
zout naar smaak

Rooster de amandelen en pompoenpitten voorzichtig in een warme (180 C) oven. Laat ze afkoelen en maal ze in de keukenmachine, samen met de gistvlokken en zout. Doe er eventueel Italiaanse kruiden bij.

Sinterklaas 2012

Ik heb hier wat Sinterklaasrecepten voor jullie verzameld, met een nieuw recept erbij. Ik wens jullie een fijn bakfeest allemaal!

Gevulde speculaas

Voor de amandelspijs:
100 gram amandelmeel
rasp van een klein citroen
ongeveer 3 el maismoutstroop

Meng alle ingredienten samen met een vork en gebruik je handen om het te kneden. Een paar dagen gewikkeld in plasticfolie in de koelkast bewaard, komt de smaak nog beter tot zijn recht.

Rol de amandelspijs uit met een deegroller. Het hoeft niet een volmaakte lap te worden en je kunt het altijd straks nog met je natte vingers verdelen over de speculaas.

Speculaas:
60 g roggebloem
60 g speltbloem
40 g sucanat
1/4 tl zout
1 tl bakpoeder
2 tl speculaaskruiden
1 tl gemalen anijszaad
3 el virgin kokosolie (geurende)
ongeveer 3 el kokosmelk

Het recept hierboven moet je twee keer maken. Ik doe dat in 2 aparte kommen. Dan is het makkelijker om de kokosolie door het meel te mengen en dan is het deeg precies verdeeld in twee deegballen.

1. Zeef alle droge ingredienten en doe ze in een grote kom.

2. Doe de kokosolie in de kom en wrijf de olie met je handen door het meel. De olie moet natuurlijk niet vloeibaar zijn. De olie moet je eigenlijk zien als een soort boter die je door het meel verwerkt. Wrijf maar door met je handen totdat je alle olie door het meel hebt verdeeld. Als je hier klaar mee bent voeg je vocht toe totdat een deegbal ontstaat.

3. Dus begin met 1 el kokosmelk. Meng het met je handen door het meel. Herhaal dit totdat een deegbal ontstaat. Het moet stevig aanvoelen en de kom zal nu ook schoon zijn.

4. Leg de deegbal tussen 2 vellen bakpapier. Rol de deegbal uit. De deeglap moet zo'n 3 of 4 mm dik zijn. Haal het bovenste vel bakpapier voorzichtig eraf. Leg de deeglap samen met de onderste laag bakpapier op een bakplaat.

5. Leg nu een laag amandelspijs over de deeglap. Je kunt de amandelspijs, die je hebt uitgerold, met natte vingers nog verder verdelen als dat nodig is. De spijs mag niet tot de rand van de deeglap komen.

6. Leg de tweede speculaaslap op de laag amandelspijs. Druk de lagen voorzichtig wat aan en snijd de randen netjes weg (de hoeken snijd ik rond af). De randen moeten dicht zijn en je mag géén amandelspijs zien. Het deeg die je overhoud kun je gebruiken om koekjes te maken.

7. Maak de bovenkant van de gevulde speculaas vochtig met wat water en strooi amandelschaafsel op de speculaas.

8. Bak de gevulde amandelspijs in een oven die verhit is op 180 C. Bak de speculaas ongeveer 20 minuten.

Sinterklaaskoekjes

100 g speltbloem
70 g volkoren speltmeel
1 tl bakpoeder
¼ tl zout
30 g sucanat
¼ tl kardemom
1 (klein) tl gemalen anijs
2 tl speculaaskruiden
¼ tl kruidnagel
mespunt nootmuskaat
70 g dadels
4 el kokosolie
100 g vega-melk

1. Verwarm de oven voor op 180°C en bekleed een grote bakplaat met bakpapier.
2. Snijd de dadels in kleine stukjes in de keukenmachine. Doe alle droge ingrediënten in een grote kom.
3. Smelt de kokosolie in een pannetje. Meng de kokosolie en melk samen.
4. Giet de vloeibare ingrediënten in de kom met de droge ingrediënten. Gebruik een pannenlikker om het plakkerige mengsel beter te kunnen mengen.
5. Lepel kleine hoopjes beslag op de bakplaat neer. Druk het beslag plat om ronde koekjes te vormen.
6. Schuif de bakplaat in de voorverwarmde oven en bak de koekjes 10 tot 13 minuten of totdat de randen licht goudbruin kleuren. De koekjes moeten precies op tijd uit de oven, anders worden ze te hard. Blijf er dus wel bij staan.
7. Haal de koekjes uit de oven en laat ze op een rooster afkoelen.

Sinterklaas muffins

150 g speltbloem
80 g volkoren speltmeel
2 tl bakpoeder
2 tl speculaaskruiden
1 tl gemalen anijszaad
1 tl koekkruiden
1/4 tl zout

5 gedroogde vijgen (ongeveer 90 gram)
2 el krenten

125 ml soyamelk, of andere vega-melk
1 el rietsuikermelasse
80 ml rijststroop
60 ml koolzaadolie
1 tl azijn

1. Verhit de oven op 180 C

2. Snijd de vijgen in kleine stukjes. Leg de stukjes vijgen en krenten in een kom en giet de soyamelk er overheen. Laat de vruchten even staan zodat ze zacht worden.

3. Meng de droge ingredienten in een kom.

4. Doe de rest van de vloeibare ingredienten in de kom met vruchten en melk. Meng deze goed samen en giet het vruchtenmengsel in de grote kom met droge ingredienten. Meng alles goed samen met een pannenlikker.

5. Lepel het beslag in een met koolzaadolie ingevette muffin-vorm.

6. Bak de muffins 25 minuten in de oven. Haal ze uit de oven en laat ze even staan voordat je de muffins uit de holletjes tilt. Ik gebruik een bot mes om ze eruit te halen. Laat ze verder afkoelen op een rooster.


Alle foto's op deze blog zijn zelfgemaakt en eigendom van Natuurlijk Veganistisch!. Het is dan ook niet toegestaan deze foto's zonder toestemming te gebruiken.